zondag 22 februari 2015

Quest 2

Na samen met Ankie van den Broek vreselijk gelachen te hebben bij de woorden van Eric Slaats over de zinloosheid van het nadenken over het onderwijs in 2030. En natuurlijk daarbij de de koppeling naar ons LA!, kreeg ik de volgende dag dit onderstaande twitterbericht binnen van Claire Boonstra. 





Als je echt wilt begrijpen wat er de komende tijd gaat gebeuren: lees dit artikel!! We ain't see nothing yet! waitbutwhy.com/2015/01/artifi…

De snelheid en exponentieel groei van de ontwikkelingen. De Artificial intelligence (AI), dus de intelligentie van machines en software zal ongekend snel groeien wat grote gevolgen heeft voor de toekomst. In het artikel staat dat voorspeld wordt dat de snelheid van de ontwikkelingen van 2000 tot 2015 (denk daarbij aan telefoon, ipad enz.). herhaald wordt maar dan niet van 2015 tot 2030 maar binnen 7 jaar. Dus van 2015 tot 2022. Gewoon niet voor te stellen welke devices we dan normaal vinden….!







1 Plaats afhankelijk en lerende aan het stuur:
In 2015 waren er nog leslokalen met deuren die dichtgingen tijdens een lesuur. Nu in 2030 is er een ruimte waar studenten samenkomen. Het is een campus waar samen geleerd kan worden. Deze campus fungeert als een supermarkt een soort center of expertise. Je komt er als je iets nodig hebt. Dit kan een artikel zijn of het bekijken van een "ouderwets' boek, maar het kan ook bijvoorbeeld feedback op je ontwikkeling zijn. Door een docent of een medestudent. Door het geven en vragen van feedback aan anderen helpt het om verder te komen in de eigen ontwikkeling (Hattie & Timperley, 2007). Het creëren van kennis en inzichten gebeurt op deze campus. Maar kan ook online plaatsvinden met studenten overal ter wereld. Verder is het een plek voor sociale leren en persoonlijkheidsontwikkeling (Biesta, 2014).
Het onderwijs is gedifferentieerd en flexibel een student bepaalt zelf wat hij nog wil ontwikkelen, hoe hij dat gaat doen en wat en wie hij daarvoor nodig heeft. De Student gaat uit van zijn passie en talenten en niet uit van wat hij niet kan om dat nog te leren (Boonstra, 2012) (Staes, 2012). Diploma’s zijn gedevalueerd, ieder ontwikkelt zijn eigen ‘marktwaarde’. Iedere student heeft een eigen personal device waarop een eigen App staat. Daarmee kan een student laten zien waar zijn kwaliteiten liggen. Welke waarde hij heeft kijkend naar zijn talenten en passie voor de samenleving.
Zoals de Onderwijsraad in 2011 al beschreef veelal overeenkomstig met de 21st skills (Voogt & Roblin, 2010) is het ook nu in 2030 van belang dat studenten creatief zijn, kritisch en probleemoplossend kunnen denken en handelen, kunnen samenwerken in interdisciplinaire verbanden, zich thuis voelen in een diversiteit aan culturen en een brede blik op de wereld hebben om zo een levenlang te kunnen leren.


2 Plaats afhankelijk en docent aan het stuur:
Waar in 2015 in de brochure ‘De leraar maakt het verschil’ van het ministerie van onderwijs (2013) nog door het ministerie aangegeven werd wat de leerkracht allemaal moest beheersen. Is zoals Mirjam Lieskamp in haar presentatie in 2015 aangaf de docent in 2020 opgestaan en heeft de professie het stuur gepakt. Er is een algemeen curriculum dat is gemaakt door de professionals het is gebaseerd op de drie basisdomeinen voor onderwijs zoals omschreven is door Biesta (2014). Kwalificatie; er worden kennis en vaardigheden bijgebracht die nodig zijn in het volwassen leven. Socialisatie; het vormt de student tot lid van de gemeenschap. Als laatste subjectivatie; waarbij de aandacht uitgaat naar de persoonlijke vorming tot een autonoom , verantwoordelijk en kritisch individu. 
Docenten handelen vanuit professionele autonomie en hebben de verantwoordelijkheid voor de professionele ontwikkeling in eigen hand genomen het zijn ‘extended’ professionals (Windmuller, 2012). 
De docent kijkt naar de ontwikkeling van de student en sluit met vragen en inhoud aan op de intuïtieve kennisbasis van de student om deze betekenisvol te laten leren (Oosterheert, 2011). Hij is geen overdrager van kennis zoals hij vaak in 2015 nog was, maar hij coacht de student in zijn ontwikkeling. Door het begeleiden van de keuze voor de studie, het leerpad en de leermiddelen die de student verder kunnen helpen (Dussen & Kos, 2013). En natuurlijk het organiseren van het leren van en met elkaar. Dit alles gebeurt binnen een campus. Het is plek waar meerdere disciplines van het onderwijs samenkomen, een centre of expertise.


3 Plaats onafhankelijk en student aan het stuur:
Het ministerie heeft in 2020 ingezien dat ook de financiering van het onderwijs moest veranderen. Ieder die wil ontwikkelen krijgt daar nu in 2030 de tijd en ruimte voor. Dit zorgt voor een goede positie van de kenniseconomie van Nederland binnen de wereld. Er worden wereldwijd projecten aangeboden waar ieder zich op in kan tekenen. Deze aangeboden projecten kunnen modules zijn om je te ontwikkelen aangeboden vanuit educatie, of innovatie ideeën binnen bedrijven. Of Crowdfunding wordt ingezet. Geld inzamelen voor goed doel, innovaties of projecten en zo bijdragen aan de wereld en meteen leren van en met elkaar.
Het gaat bij het beoordelen of iemand deel kan nemen niet om de diploma’s. Maar om de ‘marktwaarde’ de ideeën, passie en het talent van de student (Boonstra, 2012) (Staes, 2012). De student in 2030 weet waar zijn passie en talenten liggen. MOOC’s (Massive Open Online Courses) zijn niet meer weg te denken bij de ontwikkeling van de student. Zeker omdat ze plaats en tijdonafhankelijk zijn, het alomtegenwoordig leren. De student gebruikt de laatste technologische ontwikkelingen om over de hele wereld op zoek te gaan naar antwoorden op zijn vragen. 
Hierbij is het eenvoudige gratis en snelle vervoer binnen Europa een middel, maar ook de eigen personal device. Daarop staat ook de App die de ontwikkeling van de student laat zien, zijn ‘marktwaarde’. Door het gepersonaliseerd digitaal onderwijs wordt de student op de punten uitgedaagd waar hij het meeste leert (Mulder, 2013). Belangrijk daarbinnen, is de laatste jaren gebleken, het probleemoplossend vermogen en het kunnen samenwerken twee onderdelen die ook al begin deze eeuw beschreven werden door Voogt en Roblin (2010).


4 Plaats onafhankelijk en docent aan het stuur:
Het onderwijs heeft in 2015 ingezien dat het in een achtervolgingsrace zat, het liep achter de technologische ontwikkelingen aan. Binnen het HBO werden studenten opgeleid voor een economische realiteit die niet bestond (Damme, 2014). Daarom heeft de professional het roer overgenomen van de overheid. Na de crisis in het onderwijs in 2020 is het nu in 2030 binnen Nederland geregeld dat er binnen het HBO gewerkt wordt met één curriculum. Op dit moment worden deze ontwikkelingen doorgezet binnen Europa (streefdatum 2035) (Dussen & Kost, 2013). Daarvoor zijn de nieuwe skills zoals beschreven voor 2050 het uitgangspunt.
Het werkveld en de opleiding zijn gekoppeld. Hierdoor is er afstemming op de behoefte van het werkveld.  Er is tegenwoordig een grote multidisciplinaire samenwerking tussen het werkveld en de studenten(#HBO 2025, 2014). Wat samenwerken met meerdere geledingen voor de lerende kan betekenen was ook al te zien in mooie voorbeelden beschreven door Stevens (2015) over Maryland. 
Er wordt gebruik gemaakt van de laatste technologische ontwikkelingen om de student ervaringen op te laten doen. Door de globalisering en de technologische ontwikkeling is onderwijs volgen plaats en tijd onafhankelijk. Zoals Oosterheert in 2011 beschreef is het ervaren een belangrijke manier van ontwikkeling. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de virtuele bril of gebruik maken van het snelle en gratis vervoer binnen Europa. 
Samen met de docent bekijkt de student op welke manier en waar hij zich ontwikkelt. het onderwijs is flexibel. Dit kan zijn binnen het werkveld maar ook via MOOCs (Massive Open Online Courses) of door docenten geregelde excursies, projecten, discovery days etc. etc. waarin student ter plekke leert en “punten” scoort voor in zijn persoonlijke App. Bij x-aantal punten heeft student onderdeel afgerond. Verder is de rol van de docenten dat hij de studenten helpt bij de studiekeuze. Hij kijk naar de ontwikkeling van de student en samen programmeren ze een persoonlijk leerpad. De docent helpt de student met het selecteren van de leermiddelen (Dussen & Kost, 2013).


Aanbeveling voor het leerteam
Wat kijkend naar passie mij het meeste aanspreekt is scenario 4. Allereerst bedenken welke crisis we door zijn gegaan in 2020 en hoe we als professionals het stuur in handen hebben genomen. Daarbij de ontwikkelingen van globalisering meenemend. Studenten helpen bij zijn/haar ontwikkeling blijft het uitgangspunt. Dit uitvoeren met een multidisciplinair team. Daarbij nu bedenken met welke nog niet uitgevonden middelen we dat dan mogen doen, lijkt mij een uitdaging voor dit LA.


Geraadpleegde literatuur:
Biesta 'Leider zijn in het onderwijs - Lezing van Gert Biesta op 24 september 2014 in Driebergen from HETKIND.ORG [video file]. Retrieved from  https://vimeo.com/115641397

Boonstra, C. (2012 Septemer 1) We have to educate for value, not for tests. You can accelerate the change, here’s how [Web log post] retrieved from http://claireboonstra.com 

Damme, D. van, (2014). Hoger onderwijs: een systeem met wankele grondvesten. Geraadpleegd op 1 maart via http://www.hbo2025.nl/wp-content/uploads/2014/05/Essay-prof-dr-Dirk-Van-Damme.pdf

Dussen, R van der, & Kos, T. (2013) Open en online onderwijs en de toekomst van het Nederlandse hoger onderwijs. Utrecht: SURF

Hattie, J. & Timperley, H. (2007). The power of feedback. Review of Educational Research. March 2007, 77(1), 81–112. DOI: 10.3102/003465430298487. 

#HBO2025 (2014) Conferentie toekomst HBO samenvatting [Video File] retrieved from http://www.youtube.com/watch?v=QtTYp357DmI

Ministerie OCW (2013) Leraar agenda 2013-2020, de leraar maakt het verschil. Den Haag

Mulder, K., (2013). De school van de toekomst is geen school. Geraadpleegd op 1 maart van  http://www.bouwstenenvoorsociaal.nl/fileswijkplaats/20130123%20Wereldwijs,%20Klaas%20Mulder.pdf

Onderwijsraad. (2011). Hoger onderwijs voor de toekomst. Den Haag: Onderwijsraad.

Staes, J. (2012) Ben jij een schaap? Keynote [Video file]. Retriever from http://www.youtube.com/watch?v=ts7v7fYUNDM

Stevens, K. (2015 februari 10) Meet Marylands Magical Makers [weblog file] retrieved from https://www.edsurge.com/n/2015-02-10-meet-maryland-s-magical

Voogt, J., & Roblin, N. P. (2010). 21st century skills. Discussienota. Zoetermeer: The Netherlands: Kennisnet.

Windmuller, I. (2012). Versterking van de professionaliteit van de leraar basisonderwijs.  [Proefschrift] Maastricht: Datawyse.