Na samen met Ankie van den Broek vreselijk gelachen te hebben bij de
woorden van Eric Slaats over de zinloosheid van het nadenken over het onderwijs in 2030. En
natuurlijk daarbij de de koppeling naar ons LA!, kreeg ik de volgende dag dit onderstaande twitterbericht binnen van Claire Boonstra.
|
1 Plaats afhankelijk en lerende aan het stuur:
In 2015 waren er nog leslokalen met deuren die dichtgingen tijdens een
lesuur. Nu in 2030 is er een ruimte waar studenten samenkomen. Het is een
campus waar samen geleerd kan worden. Deze campus fungeert als een supermarkt
een soort center of expertise. Je komt er als je iets nodig hebt. Dit kan een
artikel zijn of het bekijken van een "ouderwets' boek, maar het kan ook
bijvoorbeeld feedback op je ontwikkeling zijn. Door een docent of een
medestudent. Door het geven en vragen van feedback aan anderen helpt het om
verder te komen in de eigen ontwikkeling (Hattie & Timperley, 2007). Het
creëren van kennis en inzichten gebeurt op deze campus. Maar kan ook online plaatsvinden
met studenten overal ter wereld. Verder is het een plek voor sociale leren en
persoonlijkheidsontwikkeling (Biesta, 2014).
Het onderwijs is gedifferentieerd en flexibel een student bepaalt zelf
wat hij nog wil ontwikkelen, hoe hij dat gaat doen en wat en wie hij daarvoor
nodig heeft. De Student gaat uit van zijn passie en talenten en niet uit
van wat hij niet kan om dat nog te leren (Boonstra, 2012) (Staes, 2012).
Diploma’s zijn gedevalueerd, ieder ontwikkelt zijn eigen ‘marktwaarde’. Iedere
student heeft een eigen personal device waarop een eigen App staat. Daarmee kan
een student laten zien waar zijn kwaliteiten liggen. Welke waarde hij heeft
kijkend naar zijn talenten en passie voor de samenleving.
Zoals de Onderwijsraad in 2011 al beschreef veelal overeenkomstig met
de 21st skills (Voogt & Roblin, 2010) is het ook nu in 2030 van belang dat
studenten creatief zijn, kritisch en probleemoplossend kunnen denken en
handelen, kunnen samenwerken in interdisciplinaire verbanden, zich thuis voelen
in een diversiteit aan culturen en een brede blik op de wereld hebben om zo een
levenlang te kunnen leren.
2 Plaats afhankelijk en docent aan het stuur:
Waar in 2015 in de brochure ‘De leraar maakt het verschil’ van
het ministerie van onderwijs (2013) nog door het ministerie aangegeven werd wat
de leerkracht allemaal moest beheersen. Is zoals Mirjam Lieskamp in haar
presentatie in 2015 aangaf de docent in 2020 opgestaan en heeft de professie
het stuur gepakt. Er is een algemeen curriculum dat is gemaakt door de
professionals het is gebaseerd op de drie basisdomeinen voor onderwijs zoals
omschreven is door Biesta (2014). Kwalificatie; er worden kennis en
vaardigheden bijgebracht die nodig zijn in het volwassen leven. Socialisatie;
het vormt de student tot lid van de gemeenschap. Als laatste subjectivatie;
waarbij de aandacht uitgaat naar de persoonlijke vorming tot een autonoom ,
verantwoordelijk en kritisch individu.
Docenten handelen vanuit professionele autonomie en hebben de
verantwoordelijkheid voor de professionele ontwikkeling in eigen hand genomen
het zijn ‘extended’ professionals (Windmuller, 2012).
De docent kijkt naar de ontwikkeling van de student en sluit met
vragen en inhoud aan op de intuïtieve kennisbasis van de student om deze
betekenisvol te laten leren (Oosterheert, 2011). Hij is geen overdrager van
kennis zoals hij vaak in 2015 nog was, maar hij coacht de student in zijn
ontwikkeling. Door het begeleiden van de keuze voor de studie, het leerpad en
de leermiddelen die de student verder kunnen helpen (Dussen & Kos, 2013). En
natuurlijk het organiseren van het leren van en met elkaar. Dit alles gebeurt
binnen een campus. Het is plek waar meerdere disciplines van het onderwijs
samenkomen, een centre of expertise.
3 Plaats onafhankelijk en student aan het stuur:
Het ministerie heeft in 2020 ingezien dat ook de financiering van het
onderwijs moest veranderen. Ieder die wil ontwikkelen krijgt daar nu in 2030 de
tijd en ruimte voor. Dit zorgt voor een goede positie van de kenniseconomie van
Nederland binnen de wereld. Er worden wereldwijd projecten aangeboden waar
ieder zich op in kan tekenen. Deze aangeboden projecten kunnen modules zijn om
je te ontwikkelen aangeboden vanuit educatie, of innovatie ideeën binnen
bedrijven. Of Crowdfunding wordt ingezet. Geld inzamelen voor goed doel, innovaties of projecten en zo
bijdragen aan de wereld en meteen leren van en met elkaar.
Het gaat bij het beoordelen of iemand deel kan nemen niet om de
diploma’s. Maar om de ‘marktwaarde’ de ideeën, passie en het talent van de
student (Boonstra, 2012) (Staes, 2012). De student in 2030 weet waar zijn
passie en talenten liggen. MOOC’s (Massive Open Online Courses) zijn niet meer
weg te denken bij de ontwikkeling van de student. Zeker omdat ze plaats en
tijdonafhankelijk zijn, het alomtegenwoordig leren. De student gebruikt de
laatste technologische ontwikkelingen om over de hele wereld op zoek te gaan
naar antwoorden op zijn vragen.
Hierbij is het eenvoudige gratis en snelle vervoer binnen Europa een
middel, maar ook de eigen personal device. Daarop staat ook de App die de
ontwikkeling van de student laat zien, zijn ‘marktwaarde’. Door het
gepersonaliseerd digitaal onderwijs wordt de student op de punten uitgedaagd
waar hij het meeste leert (Mulder, 2013). Belangrijk daarbinnen, is de laatste
jaren gebleken, het probleemoplossend vermogen en het kunnen samenwerken twee
onderdelen die ook al begin deze eeuw beschreven werden door Voogt en Roblin
(2010).
4 Plaats onafhankelijk en docent aan het stuur:
Het onderwijs heeft in 2015 ingezien dat het in een achtervolgingsrace
zat, het liep achter de technologische ontwikkelingen aan. Binnen het HBO
werden studenten opgeleid voor een economische realiteit die niet bestond
(Damme, 2014). Daarom heeft de professional het roer overgenomen van de
overheid. Na de crisis in het onderwijs in 2020 is het nu in 2030 binnen
Nederland geregeld dat er binnen het HBO gewerkt wordt met één curriculum. Op
dit moment worden deze ontwikkelingen doorgezet binnen Europa (streefdatum
2035) (Dussen & Kost, 2013). Daarvoor zijn de nieuwe skills zoals beschreven
voor 2050 het uitgangspunt.
Het werkveld en de opleiding zijn gekoppeld. Hierdoor is er afstemming
op de behoefte van het werkveld. Er is
tegenwoordig een grote multidisciplinaire samenwerking tussen het werkveld en
de studenten(#HBO 2025, 2014). Wat samenwerken met meerdere geledingen voor de
lerende kan betekenen was ook al te zien in mooie voorbeelden beschreven door
Stevens (2015) over Maryland.
Er wordt gebruik gemaakt van de laatste technologische ontwikkelingen
om de student ervaringen op te laten doen. Door de globalisering en de technologische
ontwikkeling is onderwijs volgen plaats en tijd onafhankelijk. Zoals
Oosterheert in 2011 beschreef is het ervaren een belangrijke manier van
ontwikkeling. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de virtuele bril of gebruik maken
van het snelle en gratis vervoer binnen Europa.
Samen met de docent bekijkt de student op welke manier en waar hij
zich ontwikkelt. het onderwijs is flexibel. Dit kan zijn binnen het werkveld
maar ook via MOOCs (Massive Open Online Courses) of door docenten
geregelde excursies, projecten, discovery days etc. etc. waarin student ter
plekke leert en “punten” scoort voor in zijn persoonlijke App. Bij x-aantal
punten heeft student onderdeel afgerond. Verder is de rol van de docenten dat
hij de studenten helpt bij de studiekeuze. Hij kijk naar de ontwikkeling van de
student en samen programmeren ze een persoonlijk leerpad. De docent helpt de
student met het selecteren van de leermiddelen (Dussen & Kost, 2013).
Aanbeveling voor het
leerteam
Wat kijkend naar passie mij het meeste aanspreekt is scenario 4.
Allereerst bedenken welke crisis we door zijn gegaan in 2020 en hoe we als
professionals het stuur in handen hebben genomen. Daarbij de ontwikkelingen van
globalisering meenemend. Studenten helpen bij zijn/haar ontwikkeling blijft het
uitgangspunt. Dit uitvoeren met een multidisciplinair team. Daarbij nu bedenken
met welke nog niet uitgevonden middelen we dat dan mogen doen, lijkt mij een
uitdaging voor dit LA.
Geraadpleegde
literatuur:
Biesta 'Leider zijn in het onderwijs - Lezing van Gert Biesta op
24 september 2014 in Driebergen from HETKIND.ORG [video
file]. Retrieved from https://vimeo.com/115641397
Boonstra, C. (2012 Septemer 1) We have to educate for value, not
for tests. You can accelerate the change, here’s how [Web log post] retrieved
from http://claireboonstra.com
Damme, D. van, (2014). Hoger onderwijs: een systeem met wankele
grondvesten. Geraadpleegd op 1 maart via http://www.hbo2025.nl/wp-content/uploads/2014/05/Essay-prof-dr-Dirk-Van-Damme.pdf
Dussen, R van der, & Kos, T. (2013) Open en online onderwijs
en de toekomst van het Nederlandse hoger onderwijs. Utrecht: SURF
Hattie, J. & Timperley, H. (2007). The power of
feedback. Review of Educational Research. March 2007, 77(1), 81–112. DOI:
10.3102/003465430298487.
#HBO2025 (2014) Conferentie toekomst HBO samenvatting [Video File]
retrieved from http://www.youtube.com/watch?v=QtTYp357DmI
Ministerie OCW (2013) Leraar agenda 2013-2020, de leraar maakt
het verschil. Den Haag
Mulder, K., (2013). De school van de toekomst is geen school.
Geraadpleegd op 1 maart van http://www.bouwstenenvoorsociaal.nl/fileswijkplaats/20130123%20Wereldwijs,%20Klaas%20Mulder.pdf
Onderwijsraad. (2011). Hoger onderwijs voor de toekomst. Den Haag:
Onderwijsraad.
Staes, J. (2012) Ben jij een schaap? Keynote [Video file].
Retriever from http://www.youtube.com/watch?v=ts7v7fYUNDM
Stevens, K. (2015 februari 10) Meet Marylands Magical Makers [weblog
file] retrieved from https://www.edsurge.com/n/2015-02-10-meet-maryland-s-magical
Voogt,
J., & Roblin, N. P. (2010). 21st century skills. Discussienota.
Zoetermeer: The Netherlands: Kennisnet.
Windmuller,
I. (2012). Versterking van de professionaliteit van de leraar
basisonderwijs. [Proefschrift]
Maastricht: Datawyse.
