QUEST 3 SWOT-analyse
Als Leerteam Up to the future 2030 hebben we 4 toekomstbeelden geschetst
voor het onderwijs in 2030. Dit is gedaan op basis van de trends uit quest 1 waarbij
globalisering en nieuwe media en met name 21st century skills als uitgangspunt
zijn genomen. De volgende scenario’s zijn in Quest 2 uitgewerkt:
Voor de uitwerking van ieders toegepaste SWOT is gekozen voor
linksboven, plaats afhankelijk en lerende aan het stuur.
Plaatsafhankelijk en
lerende aan het stuur
Onderwijs geven in
2030 vindt plaats in een gebouw dat bestaat uit flexibele werkruimtes. Anno
2030 wordt in deze leercentra samengewerkt met de omgeving om het leren van lerende
te faciliteren, een center of expertise. Deze leercentra zijn plaatsen waar
onderwijs is verbonden met het bedrijfsleven, het werkveld en andere instanties
en instellingen. De plaats om onderwijs te verkrijgen is daarmee afhankelijk
van de gekozen studieroute, maar de studieroute kan op verschillende plaatsen
gevolgd worden. De multidisciplinaire samenwerking met het werkveld en het
bedrijfsleven is door de leercentra afgelopen jaren opgezet en uitgebouwd.
Daardoor zijn er inmiddels voldoende bedrijven en instellingen met diverse
werksituaties om voor elke lerende een passende leeromgeving te bieden.
Leercentra zijn een plek waar lerenden naast en van elkaar leren. De lerende
bepaalt de studieroute en daarmee ook de plaats afhankelijke situatie. Al in
2010 werd door Kistner et al. (2010) beschreven dat het vermogen om het eigen
leren te reguleren, steeds belangrijker zou worden vanwege ‘een leven lang
leren’ dat door de maatschappij vereist zou worden. Ook Volman en Ledoux (2011)
spraken in 2011 over dat het goed zou zijn als de lerende zelf kon bepalen waar
ze mee bezig wilden zijn en dat de lerende daarmee de eigen talenten konden
ontdekken. Zo kwam er steeds meer vrijheid om jezelf te ontwikkelen (Biesta,
2014) en werden vakken leergebieden waar de lerenden op verschillende manieren
aan konden werken. Naast de personalisering van de eigen leerroute is het
krijgen van feedback heden ten dagen in 2030 de normaalste zaak van de wereld
geworden. Het geven van feedback en krijgen van (peer) feedback is een vast
onderdeel van het programma (Hattie & Timperly, 2007). Leermiddelen zijn
gepersonaliseerd zoals in 2014 al werd geschreven door Ouden, Valkenburg en
Brok (2014). Deze leermiddelen zijn de afgelopen 15 jaar doorontwikkeld. De
lerende heeft een eigen app voor het opbouwen van een portfolio. Diploma’s, die
in 2015 nog van grote waarde waren, zijn afgeschaft en door het opbouwen van
een portfolio ontwikkeld iedere lerende zijn “eigen marktwaarde”(Staes, 2012).
De lerende bouwt dit portfolio op vanaf het eerste jaar dat er onderwijs
gevolgd wordt en bevat een leven lang aantoonbaar materiaal voor zowel de
schoolcarrière als de maatschappelijke carrière die daarop volgt. Dit portfolio
wordt door de overheid gefaciliteerd in de cloud op een beveiligde plaats.
Op basis hiervan heb ik mijn SWOT analyse van HAN pabo gemaakt.
Als eerste ben ik gaan brainstormen door middel van een mindmap.
Daarvan heb ik uiteindelijk de ideeën gebruikt om uit te komen op de volgende
SWOT analyse:
Sterkten:
Er
is de laatste jaren, mede door de toegekende subsidie, sterk geïnvesteerd in de
samenwerking met het werkveld. Daarbij is het samen leren in de werkelijke
setting zoveel mogelijk benut. Samen leren, door met het kenniscentrum
(lectoren educatie van de HAN), het werkveld, de studenten onderzoek uit te
voeren binnen het basisonderwijs. Mentoren en directeuren die colleges komen
geven over oudergesprekken. Trainingen en workshops voor en door mentoren en
docenten van de pabo over het begeleiden en beoordelen van de ontwikkeling van
studenten. Dit center of expertise bevindt zich nu op de pabo. In het nieuwe
HAN Educatie gebouw zitten de lerarenopleiding, het kenniscentrum en de pabo bij
elkaar. In overleg met elkaar wordt de samenwerking met het werkveld opgezocht,
verdiept en uitgewerkt. Verder is er het samen leren met studenten door
bijvoorbeeld kenniscreatie. Samen op zoek gaan naar kwaliteiten van ieder lid
van een team is onderdeel van het huidige programma.
Zwakten:
Kijkend
naar het mooie beeld dat wij van de toekomst geschetst hebben zijn er een
aantal zwakten om deze toekomst te bewerkstelligen. Allereerst zijn dat de
docenten, de beelden van de huidige docenten waarvan er een aantal gewend zijn
om te doceren. Het overbrengen van kennis is straks niet meer of veel minder
aan de orde. Het proces van deze innovatie zal daardoor zeer goed aangestuurd
moeten worden om (bijna) iedereen hierin mee te krijgen. Binnen de
HBO-opleidingen en dus ook binnen de HAN werken professionals. Maar het echt
pakken van het stuur van de professie is nog niet een van de sterkste kanten. Docenten handelen nog niet vanuit professionele
autonomie en nemen de verantwoordelijkheid voor de professionele ontwikkeling
niet in eigen hand het zijn nog geen
‘extended’ professionals (Windmuller, 2012). De laatste zwakte
voor dit scenario is het dit jaar onthulde en geopende gebouw. Dat is nog
gebouwd met het oog op lessen, vakken en klassengroepen. Of de muren die tussen
de lokalen eruit gehaald kunnen worden genoeg flexibiliteit geven voor het
onderwijs van de toekomst is nog af te wachten.
Kansen:
De
technische ontwikkelingen van nu (nieuwe media) en ons beeld over de toekomst
biedt kansen voor de student. Als de student niet meer vastzit aan een
standaard curriculum met gestandaardiseerde toetsing, colleges enz., kan hij
zijn eigen route bepalen (Biesta, 2014). Daarbij zou het benutten van de
talenten en de passie van de student een eerste uitgangspunt zijn. Zelf of
samen met anderen op zoek gaan naar de passie en het talent van jezelf om van
daaruit een gepersonaliseerde route te bepalen (Boonstra,
2012) (Staes, 2012). Daarbij zou het samenwerkingsverband ingezet kunnen worden. De
student krijgt zo de kans om te leren op welke manier hij zijn ontwikkeling kan
sturen. Wat hij daarvoor nodig heeft en op welke plaats hij dat binnen de
samenwerking kan doen. Dit is een mooie kans om de skills te ontwikkelen om een
leven lang te leren (Voogt & Roblin, 2010).
Bedreigingen:
Er
zijn een aantal ontwikkelingen die bedreigend kunnen zijn. Als eerste is dat de
overheid, het beleid en de duidelijke sturing op inhoud beperkt de pabo om
studenten meer vrijheid te geven. De controle zoals die nu uitgevoerd wordt
voor de accreditatie geeft daar nu te weinig ruimte voor. Een manier vinden om
het niveau hoog te houden, zonder afrekenlijstjes is een uitdaging. Verder is
er de krimp die zorgt voor minder kinderen op de scholen. Zeker in de regio
zuid (Nijmegen tot Venray) heeft deze ontwikkeling invloed op het onderwijs.
Scholen moeten sluiten. Besturen zijn genoodzaakt leerkrachten te ontslaan. Dit
heeft invloed op HAN pabo, omdat er nu minder banen zijn en er minder studenten
zich aanmelden op de opleiding. Als laatste is de ontwikkeling van
gepersonaliseerd leren ook een bedreiging. De lerende moet ondersteund worden
in dit proces. Er zijn ook lerenden die niet in staat zullen zijn om daar zelf
goede keuzes in te maken. De ontwikkelingen voor deze manier van leren zou voor
die doelgroep zonder goed opgeleide ‘extended professionals’ kunnen zorgen voor
veel uitval.
Literatuur:
Biesta 'Leider
zijn in het onderwijs - Lezing van Gert Biesta op 24 september 2014 in
Driebergen from HETKIND.ORG [video file]. Retrieved
from https://vimeo.com/115641397
Boonstra,
C. (2012 Septemer 1) We have to educate for value, not for tests. You can
accelerate the change, here’s how [Web log post] retrieved
from http://claireboonstra.com
Staes,
J. (2012) Ben jij een schaap? Keynote [Video file]. Retriever from http://www.youtube.com/watch?v=ts7v7fYUNDM
Voogt,
J., & Roblin, N. P. (2010). 21st century skills. Discussienota.
Zoetermeer: The Netherlands: Kennisnet.
Windmuller,
I. (2012). Versterking van de professionaliteit van de leraar basisonderwijs. [Proefschrift] Maastricht: Datawyse.



